Cardiologie

Er komen bij de hond en de kat verschillende soorten hartproblemen voor die elk een specifieke behandeling behoeven. Zo hebben grote hondenrassen en katten vaak een hartspierafwijking en kleine hondenrassen een lekkende hartklep. Ook jonge dieren kunnen hartafwijkingen hebben, zoals een aangeboren gaatje in het hart. Problemen met de geleiding, de ritmestoornissen, vallen ook onder de cardiologie.

Hoe weet ik of mijn hond of kat een hartprobleem heeft?

Soms komt de dierenarts er bij toeval achter, er wordt dan een hartruis gehoord bij een routine onderzoek. Soms hebben de dieren symptomen die passen bij hartproblemen, zoals een verminderd uithoudingsvermogen, hoesten, een snellere ademhaling, een dikker wordende buik, maar ook flauwvallen kan een teken zijn.

Dan is er ook nog een groep dieren zonder symptomen en zonder hartruis, die wel een hartziekte hebben. Deze dieren kan je alleen diagnosticeren met een echografisch onderzoek van het hart.

Wij maken verschil tussen het hebben van een hartziekte (een afwijking aan het hart) en hartfalen (er zijn klinische symptomen ten gevolge van deze afwijking).

Wat voor onderzoek is er nodig?

Een echografisch onderzoek van het hart, in combinatie met een e.c.g., is onontbeerlijk in het vaststellen van de hartziekte en het bepalen van een passende behandeling. Daarnaast is er soms een rontgenfoto van de thorax noodzakelijk.

U kunt in bijna alle gevallen bij de echo blijven, zodat we direct aansluitend de behandeling en prognose kunnen bespreken.

Heeft mijn dier altijd een behandeling nodig?

Nee, in veel gevallen is een behandeling nog niet nodig. Dit hangt af van de ernst van de hartziekte en of uw hond of kat al tekenen heeft van hartfalen. Per patiënt wordt er overlegd en besloten wat de beste opties zijn.