Laila
Laila, een hondje van 14 jaar oud, kwam liggend bij ons op de kliniek binnen. Het hondje was sloom en heel bleek. Uit bloedonderzoek bleek dat ze zelf veel te weinig rode bloedcellen had en dat ze snel extra bloed moest krijgen door middel van een bloedtransfusie. |
|
 |
Donorhond
Voor deze bloedtransfusie was er natuurlijk wel bloed nodig van een donorhond. Gelukkig wilde Ginger, de hond van assistenten Susanne, wel een deel van haar bloed afstaan aan Laila. Na bijna een halve liter bloed van Ginger te hebben afgenomen in een speciale bloedzak konden we het bloed aan Laila gaan geven.
Laila knapte zienderogen op van de transfusie en voelde zich diezelfde dag al stukken beter. Ze werd op medicatie gezet en kon na twee dagen de kliniek weer verlaten. Het gaat nog steeds goed met haar. |
|
Wanneer een bloedtransfusie?
Het komt niet vaak voor, maar soms is een dier dusdanig ziek dat we een bloedtransfusie moeten geven. Meestal gaat het om dieren met bloedarmoede, een tekort aan rode bloedcellen in het bloed. Rode bloedcellen zijn van belang bij het transport van zuurstof naar de cellen en de afvoer van koolstofdioxide.
 |
Bloedarmoede
Bij een gezonde hond of kat bestaat bijna de helft van het bloed uit rode bloedcellen. Bij een dier met heel erge bloedarmoede zien we soms dat het bloed nog maar voor 10% uit rode bloedcellen bestaat, veel te weinig dus.
Bij zo’n zieke patiënt mag je natuurlijk niet te lang wachten en is het belangrijk snel bloed te geven. Bij honden is het niet noodzakelijk om bij een eerste bloedtransfusie de bloedgroep van de patiënt en de donorhond te weten. Honden kunnen pas bij de 2e bloedtransfusie een zogenaamde ‘transfusiereactie’ krijgen. Bij katten kun je niet zonder bloedgroepbepaling een bloedtransfusie geven, die kunnen al bij de eerste bloedtransfusie een reactie ontwikkelen.
Bij een patiënt met erge bloedarmoede kan een bloedtransfusie levensreddend zijn. Belangrijk is natuurlijk wel om achter de oorzaak van de bloedarmoede te komen en te kijken of die behandelbaar is. |
|