Elleboogproblemen bij de hond

Een belangrijke oorzaak van kreupelheden bij de hond zijn problemen in de elleboog. Voornamelijk bij grote hondenrassen worden we regelmatig geconfronteerd met een aantal aandoeningen die we samenvatten onder de noemer elleboogdysplasie of E.D.. De elleboog is het gewricht tussen de bovenarm of humerus en de onderarm die uit 2 botten, de radius en de ulna bestaat. Doordat de radius en de ulna onafhankelijk van elkaar groeien zien we tijdens de groeifase van de hond problemen ontstaan door een relatief te korte of te lange radius ten opzichte van de ulna. Soms is dit tijdelijk maar soms ook blijvend als de hond is uitgegroeid. We noemen dit incongruentie. Deze incongruentie leidt tot een verkeerde gewichtsverdeling in het gewricht met meestal teveel druk aan de binnenzijde van de elleboog, de mediale kant. Dit kan weer leiden tot het ontstaan van losse botstukjes ( de zogenaamde FCP, fragmented coronoid proces) en slijtage van de mediale zijde. Ook kunnen er beschadigingen aan de mediale humeruscondyl, OCD ( osteochondrosis dissecans) door ontstaan. Een te korte ulna kan leiden tot een UAP ( ununited anconeal proces)dat we nogal eens bij sommige reuzenrassen zien.

Doordat de oorzaak van elleboogdysplasie in de groeifase van de hond ligt zien we de problemen vaak al op jonge leeftijd ontstaan, soms al vanaf 4 maanden.

knieband_hond

De elleboog van de hond met de plekken waar de meeste problemen ontstaan

knieband_hond2

Artoscopisch beeld van een elleboog met FCP en ernstige kraakbeenschade

Als deze problemen langer bestaan kan er kraakbeenschade ontstaan en in sommige gevallen zien we zelfs dat het gewrichtskraakbeen helemaal verdwenen is. Zodra er kraakbeenschade is zal er artrose gaan ontstaan, een proces dat in principe irreversibel is. Dit is ook de reden dat er bij kreupelheid aan de voorbenen niet te lang gewacht moet worden met het stellen van een diagnose. In de meeste gevallen is de aandoening goed te zien op een rontgenfoto, soms is er een CT-scan nodig.

knieband_hond3

Rontgenfoto met een zichtbaar los processus coronoideus

De behandeling is afhankelijk van de leeftijd van de hond en van het type en ernst van de aandoening.

Bij hele jonge honden met alleen incongruentie van het gewricht en nog geen verdenking op botfragmenten kan volstaan worden met een lage ulnectomie. Vlak boven de pols wordt dan een stukje uit de ellepijp verwijderd zodat de elleboog zijn normale stand weer kan innemen. Als er al sprake is van losse stukjes in het gewricht, een FCP of OCD, zal er ook een arthroscopie worden gedaan om die losse stukjes te verwijderen.

Als de hond ouder is dan zes maanden is de verbinding  tussen de radius en ulna zo stevig geworden dat een lage ulnectomie geen effect meer heeft op de elleboog en zal de ulna vlak onder de elleboog moeten worden doorgenomen bij incongruentie. Ook bij deze honden zal er een arthroscopie nodig zijn om fragmentjes uit het gewricht te verwijderen.

Bij ernstige kraakbeenschade aan de binnenzijde van de elleboog kunnen we een PAUL uitvoeren, een proximal abducting ulnar osteotomy. Hierbij wordt de ulna doorgezaagd en met een botplaatje in een zodanige stand vastgezet dat de binnenzijde van het gewricht niet meer belast wordt. Hierdoor neemt de pijn af en kan het kraakbeen weer teruggroeien.

elleboog

Door de speciale vorm van de plaat wordt de binnenzijde van de elleboog ontzien

Na de operatie is het van belang om artrose te voorkomen door bewegingsaanpassing en een aangepast dieet.