Kruisbandproblemen

Eén van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen bij de hond is de gescheurde kruisband. De aandoening komt in principe bij alle rassen en leeftijden voor, maar toch zijn er een aantal groepen gepredisponeerd. Relatief jonge dieren van grote rassen en relatief ouder dieren van kleine rassen hebben een grotere kans op knieproblemen. Ook de Boxer, de ChowChow en de Stafford hebben door hun steile beenstand vaker een aandoening aan de knie.


De symptomen

De symptomen zijn meestal duidelijk; een matige tot ernstige kreupelheid van een achterbeen. Als de hond stil staat zal hij vaak alleen met de tenen van het betreffende been de grond aanraken en als hij gaat zitten of liggen legt hij het kreupele been vaak naar opzij weg.


De diagnose

Vaak kan de dierenarts de diagnose al op het spreekuur stellen door het vaststellen van pijnlijkheid in de knie in combinatie met een zogenaamd positief schuifladefenomeen. Doordat de kruisband een rol speelt in de stabiliteit van het gewricht is het bij een gescheurde kruisband mogelijk het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen naar voren te schuiven. Deze instabiliteit is ook de oorzaak van de pijnlijkheid. Tevens kan de meniscus klem komen te zitten tussen boven- en onderbeen en zo beschadigd raken.

De behandeling

De behandeling is in alle gevallen chirurgisch. In onze kliniek worden drie operatiemethoden toegepast:

  • hond-kruisband-tploDe eerste is een techniek die met name bij kleinere honden succesvol wordt toegepast. Deze techniek heet extracapsulaire stabilisatie. Hierbij wordt een sterke FiberWire® teugel in de richting van de kruisband geplaatst. Deze speciale chirurgische teugel zal de kruisbandfunctie overnemen en de knie weer stabiliseren.
  • De tweede methode is de zogenaamde TPLO, ofwel Tibial Plateau Leveling Osteotomie (zie afb. rechts). Het onderbeen wordt vlak onder het kniegewricht met een speciale ronde zaag doorgezaagd en zo gedraaid dat er geen krachten meer op de kruisband komen. Hierna wordt er een speciaal ontwikkelde TPLO-plaat en schroeven geplaatst op het bot om de nieuwe positie van het onderbeen te behouden.
  • De derde methode die we toepassen heet TTA, ofwel Tibial Tuberosity Advancement. In plaats van het tibiaplateau te roteren (zoals bij de TPLO) wordt hierbij de patellapees naar voren verplaatst en met titanium implantaten in die positie vastgezet.


tploVerschil tussen de methoden

De resultaten van de tweede en derde methode zijn superieur aan die van de eerste methode. Deze methoden zijn echter wel duurder dan de eerste. Voor grote actieve honden zijn TPLO of TTA echter beslist de beste keuze.

hond-kruisband-ttaHet voordeel van TTA (zie afb. rechts) ten opzichte van TPLO is eigenlijk dat de operatietechniek eenvoudiger is, waardoor de kans op vervelende complicatie kleiner is. Ook zijn de implantaten van titanium in plaats van roestvrij staal, wat de kans op afstotingsreacties verkleint. Niet alle honden zijn echter geschikt voor TTA, dit is afhankelijk van de vorm van hun scheenbeen. De resultaten van de TTA zijn minimaal vergelijkbaar met die van TPLO.

Beide ingrepen hebben een flinke revalidatietijd en vooral bij de TTA en TPLO moeten de honden zes weken rust hebben om het bot te laten genezen. De honden zijn na een TTA of TPLO wel eerder pijnvrij dan na een extracapsulaire techniek.

Wij opereren ook honden die eerder met een extracapsulaire methode geopereerd zijn en waarbij de resultaten niet goed zijn. Deze honden komen dan vaak in aanmerking voor een TTA of TPLO.