In veel gevallen zal een huisdier een narcose nodig hebben om een ingreep te ondergaan. Het doel van narcose is eigenlijk drieledig:
- Het belangrijkste doel is pijnstilling.
- Een verminderd bewustzijn wat minder stress voor het dier inhoudt.
- Een spierverslapping, waardoor de patiënt zo min mogelijk tegenwerkt.
Omdat elk dier anders is en ook de ingrepen sterk verschillen in duur en pijnlijkheid is er eigenlijk geen standaardnarcose. We proberen van elke narcose maatwerk te maken, afgestemd op de specifieke patiënt en de ingreep die hij moet ondergaan.
Hiervoor hebben we een sheel scala aan middelen tot onze beschikking en proberen we elk dier zo te anestheseren dat de geplande ingreep zo veilig en pijnloos mogelijk uitgevoerd kan worden en zo weinig mogelijk stress oplevert. |
|
Elke narcose begint met het vooronderzoek waarbij de algemene gezondheid van het dier wordt vastgesteld. Het hart en de longen worden beluisterd en bij oudere dieren verrichten we meestal een bloedonderzoek. De uitkomst van dit onderzoek zal deels bepalen voor welke middelen er gekozen wordt.
 |
Meestal wordt het dier eerst ingespoten met een tranquillizer en een pijnstiller. Als het dier rustig is wordt de narcose verdiept met een slaapmiddel. Daarna wordt het dier meestal aangesloten op een gasnarcoseapparaat om de narcose te onderhouden. De pati ënt wordt tijdens zijn narcose bewaakt door de anesthesist met behulp van apparatuur om hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten te houden. De middelen die we tijdens de onderhoudsfase gebruiken, worden ofwel tegelijk met het zuurstof toegediend of via een infuus in de ader en zijn zo heel snel aan te passen aan de behoefte van het dier.
Na de ingreep wordt de narcose stopgezet en komt de patiënt weer bij. Soms zal het dier een middel krijgen om weer wakker te worden en afhankelijk van de ingreep wordt daarna nog aanvullende pijnstilling toegepast. |
|